Nederland is een land vol van water. En een belangrijk deel van dat water hebben we verrassend genoeg aan onszelf te danken. Want door vervening kwam veel water van onder onze eigen voeten vandaan.
Tussen 1500 en 1900 is in Nederland veel land verveend door turfwinning. Turf werd gebruikt als brandstof en werd gewonnen in grote delen van het land. Maar het had een groot nadeel: landverlies. Het verveende land wordt water waardoor er grote plassen ontstaan. Turfwinning veranderde zo hele delen van Nederland in grote watergebieden. Dat ‘verveende’ landschap was en is nog steeds kenmerkend voor de oorspronkelijke thuishaven van Balder – Wilnis, een dorp in Noord-Holland.
Maar veel van het waterrijke Nederland kent een oorsprong in ‘natuurlijk’ water. Die natuurlijke ontstaansgeschiedenis heeft nog steeds invloed op de huidige en toekomstige inrichting van Nederland. Op de vaarwateren van Balder aan de oude Zuyder Zee zijn daar unieke voorbeelden van te vinden. Voor de zuidkant is dat de Eemzee, voor de westkant is dat het Oer-IJ en voor de noordkant de Flevopolder. Samen vormen deze wateren de randmeren.

Het Oer-IJ
Suikerbietenraadsel en zinkgaten
Het Oer-IJ is een verdwenen rivier dat stroomde rond Alkmaar, Amsterdam, Zaandam, Haarlem en de Noordzee. Het Oer-IJ is al eeuwen uit het landschap verdwenen maar laat nog steeds van zich horen, zoals in het suikerbietenraadsel en de zinkgaten van het Zeeburgereiland in Amsterdam.
Eemzee
Amersfoort aan zee
De geschiedenis van het gebied waar Balder tegenwoordig rondvaart – rivier de Eem, de randmeren en omstreken – gaat vele duizenden jaren terug. Volgens de Historische Wateratlas van Nederland een belangrijk aanknopingspunt voor ‘het verhaal over Nederland en het water’, het verhaal over het verleden maar ook over het heden en de toekomst.
Lees meer >>
Zuidelijke Flevopolder
Het tij gekeerd
Rond onze jaartelling kroop de Noordzee steeds verder landinwaarts. Het vormde zich in de Middeleeuwen tot de Zuiderzee. De oude Nederlanders in de ‘binnenlanden’ kregen steeds vaker met watersnoodrampen te maken. Tot de stormvloed van 1916 het tij deed keren.
Randmeren
Oud en nieuw
Na de aanleg van de polders van Flevoland zou het “oude land” hoger komen te liggen dan het “nieuwe land”. Wanneer met de Zuiderzeewerken oud land direct zou aansluiten op nieuw land, zou de waterspiegel in het oude land zakken terwijl in het nieuwe land aan de randen wateroverlast ontstaat. Een randmeer houdt de waterhuishouding van beide ‘landen’ op peil.