Het Oer-IJ: suikerbietenraadsel en zinkgaten

Eind 19e eeuw stonden ontwerpers en bouwers van Zeeburgereiland in Amsterdam voor een raadsel: enorme hoeveelheden zand verdwenen in grote ‘zinkgaten’ onder het IJ op plekken waar een zandlaag behoorde te liggen kon geen heipaal vastgezet worden en voor het opspuiten van nieuwe eilanden was zoveel zand nodig dat aannemers vreesden voor bankroet. Ze vonden de bodem rond het IJ verraderlijk.

Halverwege de 20e eeuw dook een landbouwkundige in een ander mysterie: de onverklaarbare verschillen in suikerbieten-opbrengsten op aanpalende landbouwpercelen. Hij stuitte op een gebied waar ooit een grote diepe zeearm heeft gelegen. Hij noemde dit het Oer-IJ.

Inmiddels is duidelijk dat het oude IJ een rivier was die van het IJmeer bij het huidige Amsterdam doorliep naar het westen en bij Castricum in zee uitmondde en van invloed was op een veel groter stroomgebied. Op de kwaliteit van de grond – slap en onbetrouwbaar – tot de producten die de grond kan opleveren. Het Oer-IJ is inmiddels een begrip geworden in het gebied Noord-Holland, in de driehoek Zaanstad, Velsen, Alkmaar.

Balder vaart op het IJmeer, een gebied dat ligt tussen de polder, Pampushaven, de Hollandse Brug en de monding van het IJ bij IJburg, op het snijvlak van de provincie Noord-Holland en Flevoland. Het gebied gaat in noordoostelijke richting over in het Markermeer en in zuidoostelijke richting in het Gooimeer.

Terug naar het landschap