De impact van menselijk handelen heeft de verhouding tussen mens en natuur op scherp gezet. Grote klimaatwisselingen en een verwachte stijging van de zeespiegel vormen omstandigheden die het toch al waterrijke Nederland dwingen tot bezinning op de toekomst.
Als we terugkijken naar het verleden vallen een paar dingen op:
1. We zijn altijd gericht geweest op het temmen van het water;
2. Oplossingen kwamen altijd pas ná de stormvloed.
En:
In alles wat we doen staat het vaste land centraal.
Water is slechts een gereedschap, een instrument. We drinken water, wekken er energie mee op en maken er allerlei producten en spullen mee. Maar is dat wel zo vernuftig als door klimaatverandering de impact van zowel een gebrek als een teveel aan water alleen maar groter wordt, van hittestress tot overstromingen? Blijft onze relatie met water gekenmerkt door strijd of moeten we juist met water leren leven, misschien wel op het water leven?
Biedt Balder een wenkend perspectief?